Kort zomersprookje

Foto door Pierre Blachu00e9 op Pexels.com


De herinneringen van haar verblijf nam ze mee als souvenirs.

Van heel ver was ze gekomen. Vanuit het dichtbegroeide donkere woud waar ze zich beschut én beperkt voelde. Het was geen gemakkelijke beslissing geweest. Je weet immers wat je hebt en als je voor de keuze staat, zijn er altijd meer dan genoeg redenen om ergens van af te zien.
Voorzichtig zette ze haar eerste stappen op het pad aan de rand van het bos. Ze was op haar hoede, bij gevaar kon ze snel wegduiken. Aan de andere kant, daar zag ze de ongekende mogelijkheden. De dag dat ze alleen nog vooruit keek, kon ze zich goed herinneren.
De vermeende lichtheid van haar nieuwe situatie maakte haar dartel en met haar steeds grotere stappen nam ze ook meer risico. Ze was vrolijk en geliefd. Daar waar ze kwam vond iedereen haar leuk. Als ze ergens langere tijd bleef, liet ze een onuitwisbare indruk achter. Toch bleef iets haar voortdrijven. Het was leuk en fijn voor zolang het duurde. De herinneringen van haar verblijf nam ze mee als souvenirs.
Zorgeloos trok ze van plek naar plek totdat ze erachter kwam dat haar vrolijkheid slechts ijle lucht was. Het ontbrak aan een vaste substantie, om te omarmen of je veilig bij te voelen.
De bergen die ze over moest werden steeds hoger en ze sleepte zich voort. In de bittere winterkou passeerde ze dorpen vol warme peperkoekhuisjes. ‘Ik wil ook in een peperkoekhuisje en dan blijf ik in bed tot ik zin om eruit te komen’. Tranen welden op. Ze voelde zich eenzaam en onbeschermd. Gelaten trok ze verder en slechts langzaam kwam ze vooruit. Wat hadden haar die vrolijke en luchtige dagen uiteindelijk gebracht?
Boven aangekomen, uitgeput van de zware rugzak die ze meedroeg, stond ze stil en keek naar de schoonheid van wat verder weg lag. Wat een verschil met dat donkere woud waaruit ze tevoorschijn was gekomen. Dat had ze ‘m toch maar mooi geflikt.
In de lente werd het weer aangenaam met gezapige groene weiden waar doorheen kristalhelder water stroomde.
In het dorpje waar ze stopte, waren geen mierzoete peperkoekhuisjes. Hier stonden prachtige vakwerkhuizen met een stoer en stevig houten raamwerk en witgeschilderde muren.
De reis had haar inzicht gegeven, van ervaringen voorzien. Ze was wijzer geworden. Ze bekeek het dorp met oprechte interesse en zag vanaf de oude brug de diepgang van de rivier en hoe alles doorstroomt. De uitbundige bloemenzee hangend aan balkons en lantaarnpalen in parken voorzag de verzameling huizen, die oogden als een onneembaar bolwerk, van romantiek. Romantiek van het soort dat je overkomt.
Eindelijk begreep ze waarnaar ze op zoek was geweest. De woorden waarmee ze werd aangesproken op het plein vertelden het haar; wees welkom, hier kan jij je echte stem laten horen en je ware aard laten zien.
Ze was thuisgekomen. Haar reis was ten einde.

Voor iedereen die (binnenkort) op reis gaat; fijne zomerdromen gewenst ♥

Liever luisteren?

De boekentas voor mevrouw Taekema


Veel van de brieven hadden dezelfde strekking.
Hij was echt boos over het onrecht en de
omstandigheden in het kamp.

Dit jaar organiseerde Bibliotheek IJmond-Noord een schrijfwedstrijd met als titel “De boekentas voor mevrouw Taekema”. Een andere deelnemer heeft gewonnen. Dit is mijn inzending met aan het einde een twist. Het verhaal past in deze periode.
Leestijd: ongeveer 6 minuten.

De boekentas voor mevrouw Taekema

Sjors kwam binnen vlak voordat hij moest beginnen. Net op tijd komen was het enige dat niet veranderd was.
Haar kleinzoon volgde bij haar zijn online-lessen. Hij werd gek van het thuiszitten. Het was maar voor een paar uur per dag, zijn lessen duurden maar een half uur.
“Hoe laat begin je?” Had mevrouw Taekema gevraagd.
“Op dinsdag, woensdag en donderdag om half negen. Op maandag en vrijdag om negen uur.”
“Dan ben ik misschien net wakker Sjors.”
“Jij hoeft niet naar school”, had hij grinnikend geantwoord.

In de derde week dat Sjors bij zijn oma kwam, vroeg hij wat er in het koffertje zat dat naast de leunstoel stond. Iedere dag zag hij het staan en zijn nieuwsgierigheid werd steeds groter.
Hij overviel mevrouw Taekema met zijn vraag want hij zag dat ze schrok. Zijn oma had geantwoord dat het daar maar voor de sier stond.
De volgende dag was mevrouw Taekema erop teruggekomen. Ze had er slecht van geslapen; dat ze haar kleinzoon ontwijkend had geantwoord en omdat de inhoud van het koffertje zoveel verdriet bevatte. Slechts een keer had ze het geopend.
Ze vertelde hem dat het correspondentie tussen haar vader en moeder bevatte. In de Tweede Wereldoorlog was een Joodse jongen bij hen ondergedoken. Ze werden verraden, de jongen werd doodgeschoten en haar vader afgevoerd naar Kamp Westerbork waar hij in de gevangenis terechtkwam. Omdat ze twee kleine kinderen hadden, werd haar moeder gespaard. Haar vader had het niet overleefd.
Vol verbazing luisterde Sjors naar zijn oma. Nog nooit had iemand hier iets over verteld. Hij hoorde hoe haar stem brak, toen ze erover sprak. Ineens leek ze broos, terwijl ze anders altijd zo hip en krachtig was.
“Mag ik het zien?’, vroeg hij zacht. Mevrouw Taekema knikte. “Wat zwaar”, zei hij en ging naast zijn oma op de bank zitten. Voorzichtig, alsof hij een schatkist opende, lichtte hij het deksel. Zijn ogen zagen keurig geordende rijen enveloppen en briefkaarten. Sjors durfde het nauwelijks aan te raken, bang om iets te beschadigen, totdat zijn oma hem aanmoedigde een brief te pakken. Met veel moeite las Sjors wat er geschreven stond. “Alle pakketten heb ik in goede orde ontvangen. Er is niets uit. Gelukkig maar want ik heb zo’n honger.” Sjors keek zijn oma aan. Dit was heel heftig. Daar wilde hij meer van weten. Ze hadden afgesproken dat Sjors de koffer mee naar huis nam om de familiegeschiedenis te leren kennen.
Wel had mevrouw Taekema hem gewaarschuwd: “Je mag me alles vragen, en je mag er net zo lang over doen als je wilt. Denk erom; het is geen Fortnite. Weet waar je aan begint.”
De lege plek naast de leunstoel was meer dan symbolisch.

Na de lessen lunchten ze vaak samen en dan vertelde Sjors wat hij had gelezen en wat dat met hem, een zestienjarige puber, deed. Veel van de brieven hadden dezelfde strekking. Hij was echt boos over het onrecht en de omstandigheden in het kamp. Het gebrek aan eten, dat echtparen in aparte barakken kwamen, dat je met meer dan tweehonderd mensen een barak deelde, dat er geen verwarming was en nauwelijks sanitaire voorzieningen. De huivering van weer een transport. Steeds verder dook hij in de geschiedenis. Zo had hij de website van Kamp Westerbork bezocht en leerde dat het kamp na de oorlog nog twintig jaar als repatriëringskamp voor Indische Nederlanders had gediend. Het had hem verbaasd en dacht daar het zijne van.
“Misschien kan ik in de bibliotheek boeken lenen die meer vertellen over Kamp Westerbork”.
“Weet je zeker dat je dat wilt?” Mevrouw Taekema legde liefdevol haar hand op die van haar kleinzoon. Had ze er goed aan gedaan hem dit te laten lezen? Ze zag zijn worsteling terwijl ze had gehoopt dat het hem minder zou raken, omdat hij jong was en er verder vanaf stond.
Ze moest iets doen, ze moest hem helpen.
“Ik ben ook lid van de bibliotheek. Laat mij maar zoeken Sjors. Ik weet wat je nodig hebt.”

“Is dit echt de boekentas voor mevrouw Taekema?”, vroeg de bibliotheekmedewerker. Haar collega knikte.
Toen ze op de afgesproken tijd haar bestelling kwam ophalen zei de medewerker; “Dat is nog eens heel ander leesvoer, mevrouw Taekema”. Ze lachte en liep opgelucht terug naar huis.
Haar tas vol stripboeken voelde heel licht.

Liever luisteren?