Zaterdagmiddag

Duister die sneller invalt
door dreigend donkere wolken
Bootjes voortgesleept in stuwend zwart water
molen in groen als baken langszij.
Een fietser in grijs
op glinsterend glimmend wegdek.

“Ik ga hier nooit meer weg”, flitste het in mijn hoofd. Terwijl ik doortrapte op die donkere namiddag, had ik de wind in de rug en ver vooruit kijkend zag ik de contouren van het Fort. Het water links, grasland rechts. Het is niets bijzonders en toch gaf het een fijn gevoel van vrijheid om daar op dat moment te zijn met dat uitzicht. Deze polder is niet per se wereldschokkend mooi. Verstedelijking rukt op en de economie waarop deze grote gemeente draait, is het belangrijkst. Voor cultuur en besef van erfgoed moet je in de provinciale hoofdstad zijn. Het winkelcentrum is zielloos en alle inwoners zijn import, want het getemde land waar ik fietste, was ooit een allesverslindende woeste waterwolf.
Het opgewekte gevoel hield aan en ik sloeg rechtsaf de dijk op en passeerde het Fort.
Een rit die ik al zo vaak gemaakt heb, in alle seizoenen van ook voorgaande jaren. Waarom nu? Wat maakte dat mijn hersens concludeerden dat dit mijn woonplaats zou blijven? Ongetwijfeld zal het vooruitzicht dat ik het laatste stuk vol tegen de wind in moest niet aan die gedachte hebben bijgedragen. Waren het de laatste herfstkleuren, of de dreiging van een heftige stortbui?
Of was het omdat ik op weg was naar huis, waar ik me omringd weet door liefde, mijn fijne thuis?

Zomaar een zaterdagmiddag
Beeld als een boekomslag
Nog te schrijven verhaal
waarin je verdwijnen mag.

Foto door Maria Tyutina op Pexels.com

Liever luisteren?

34-HP-24

Nu de vakantie-uittocht is begonnen, een mijmering over de lange vakanties die wij als gezin maakten, zwervend door Europa met auto en caravan. Magische tijden waren het.

 

Op de achterbank zit een meisje
het bruine haar in twee staarten.
De omgeving trekt aan haar voorbij,
geel-bruin-beige.
Warme lucht stroomt naar binnen
via het raam op-een-kiertje.
Dromerig en soezend in de Mercedes,
met dezelfde kleur.

Kraampjes vol dieprode meloen,
lonken uitnodigend.
Een eenzame ezel
bij een verlaten, vervallen huis.
Kilometerslange luchtspiegeling,
die het droge binnenland doorkruist.
‘Het is hier zo anders dan bij ons thuis’.

Straks komen we aan in Trogir,
dan springen we duizend keer in het water
en eten we smeerworst op brood.
Zwaaien we naar de
“paradiso-paradiso” groentevrouw,
al varende naar het dorp.
34-HP-24: Europa was nooit te groot,
het was alleen maar prachtig
bij jou op de achterbank, op schoot.

Mercedes beige

Geluk tussen de waslijnen

Het was een weekenddag zonder verplichtingen.
De zon wilde ons laten geloven dat het nog zomer was.
Grappenmaker. De bomen kleuren al in hun herfsttooi.
Het zijn momenten. Het besef dat je gelukkig bent.
De beschrijving van de aanleiding zelf is weinig poëtisch.
Dat zou slechts een weergave van een gebeurtenis zijn.
De details maken het verschil.
Het moment dat je naar buiten stapt,
de wasmand vol bonte kleuren.
Een zalige warmte die je begroet.
Lief die al druk bezig is geweest,
mij trakteert op een andere aanblik van de tuin.
De routinematige bezigheid van het ophangen van de was,
die geur, vermengd met pas gemaaid gras.

Terwijl je nog eens je hand langs het shirt strijkt, is het al begonnen.
Nauwelijks te beschrijven flarden van gedachten.
Lief staat naast je; het verlangen voelt net zo als eerst, zoals in het begin.
Nog steeds ben ik verliefd.

En intens gelukkig.