Fantasie en werkelijkheid


De bomen fluisteren en de vogels fluiten.

Hoe verder weg ik van de weg geraakte,
des te meer fluisterden de bomen mij toe.
“Maar hoe kan dat dan?” Vroeg ik.
“Jullie zijn bijna helemaal kaal.”
“Ach, je weet toch”, fluisterden ze,
“dat hoge bomen veel wind vangen.”

Terwijl ik op de zachte ondergrond loop, met het autogeraas in mijn linker- en vrolijke flierefluiters in mijn rechteroor, schiet ineens te binnen wat een vriend mij ooit zei.
“In Nederland is het nergens stil.” We zijn er zo al zo aan gewend dat het nauwelijks meer opvalt.
Rustig dwaal ik verder in deze oudheid waar minutenlang geen hond te bekennen is. De bomen fluisteren en de vogels fluiten. De beslotenheid van het bos dat ooit als eerste strandwal is gevormd en nu ingesloten ligt tussen wonen en werken, is een sprookjesomgeving waar je een andere dimensie bereikt en buiten de werkelijkheid lijkt te treden. Geestverruimend.
Het gevoel blijft bij me als ik naar huis fiets, de brug passeer en het betonnen fietspad bereik met het meanderend stroompje in weidelandschap. Daar zie ik zowel de zon als de maan aan de hemel. Staan die twee altijd recht tegenover elkaar? Nog in de betovering van het bos, kruis ik de drukke N-weg op weg naar de woonwijk, modern en ruim van opzet, ingericht op de toekomst. Het heeft iets hartelijks. De openheid straalt uit dat iedereen welkom is in het nu.
Met een schok constateer ik dat deze toegangsweg naar het heden, mij direct heeft losgerukt van het bosrijke verleden achter mij.
Twee totaal verschillende sferen op een afstand van nog geen twintig minuten fietsen.
Dat is net zo als binnen en buiten, drukte en stilte, beton en mos, fantasie en werkelijkheid.

Liever luisteren?